dinsdag 2 december 2014

De bedelnap



De spiritualiteit van de berg Arunachala trekt vele Sadhu's aan. Sadhu's zijn oude mannen die afstand gedaan hebben van het wereldse, en met enkel een oranje omslagdoek, een wandelstok en een bedelnap van heilige stad naar heilige stad trekken. Maar omdat rond Arunachala ook royaal gegeven wordt, bevinden zich onder de Sadhu's een aantal bedelaars, die de Sadhu-look hebben aangenomen als het uniform dat bij hun werk (bedelen) past. Op een goede dag halen ze 250 roepies op - meer dan een gemiddeld dagloon. 

Op een avond was ik boodschappen aan het doen. Ik had net fruit voor het ontbijt gekocht. Langs de weg stond een Sadhu met een bedelnap, zo groot als een fruitschaal, rond en diep. Hij liep achter me aan en riep me na. Ik besloot een banaan in de bedelnap te doen. De oude man, waarschijnlijk bijziend, hield de nap bijna tegen zijn gezicht om te zien wat er nu weer in zijn kom lag, en trok een heel vies gezicht toen hij de banaan herkende. 

Toen ik terugkwam van brood kopen, had hij een muntje in zijn bedelnap, om te voorkomen dat mensen hem "per ongeluk" nog meer in natura zouden geven. Ik verwachtte iedere dag een Sadhu met een draagbaar credit-card-afreken-apparaat te zien.

Op een dag zat ik in de bus, toen een Sadhu instapte. Oranje hoofddoek, omslagdoek en lungi. Alles oud en vaal. Om zijn hals vijftien kettingen met gebedskralen. Hij nam plaats op de bank voor me. En daar deed zich een onverwachte transformatie voor. Eerst verdwenen de kettingen. Toen de omslagdoek, waaronder een net blauw overhemd bleek te zitten. En toen werd, nogal moeizaam omdat de plaatsen in de Indiase bussen niet zo ruim zijn, de oranje lungi afgedaan en vervangen door een blauwe. Alle oranje kleren werden in een tas gestouwd, en ineens zat een Indier als zovele anderen op de bank voor me. Deze man was klaar met zijn werk en kleede zich onderweg naar huis om!

Tiruvannamalai (TN), november 2003

maandag 1 december 2014

Ochtenddans



Zachtjes ritselen de kleine dunne bladeren van de jonge bamboestruik tegen de hoge papyrusplant. De groene ritsen peperkorrels wiegen in de wind die zachtjes door de klimplanten waait. Roodbruine koffiebonen spiegelen zich aan groene kardemom­vruchten. Kaneel en vanille vormen zich in de schil. De limoenboom en de bananenboom maken een lichte buiging naar elkaar. Door het hoge dak van palmbladeren vallen de eerste zonnestralen van de dag. De lichtbundels tekenen zich af in de lucht die nog ietwat vochtig is van de koele nacht. Over zo een lichtbaan glijdt een vlinder naar beneden. Over een andere zeilt een kleine spin aan zijn ragdunne draad. Een krekel en een gekko roetsjen over een nat bananenblad naar beneden, staan als in de lichtbundels op het toneel, en beginnen een dansje met elkaar. Een kleine schorpioen en een kakkerlak huppelen samen door het natte gras.  Een eekhoorntje springt uit de struiken en vraagt een kleine aap ten dans.

De dikke stammen van een oude bamboestruik tikken met een hol geluid op elkaar, als de stokken van een drumstel. Ze geven het ritme aan waarop de palmbladeren een melodie weven. Een dikke vogelspin tapdanst, zijn harige poten slaan met een metalen klik op de grond. De eekhoorntjes vormen op de bühne het achtergrondkoor. De vogels tsjilpen de eerste stem. Het ochtendconcert kondigt vrolijk de nieuwe dag aan. De rode bloemen van de kerststruik openen zich. Diepblauwe bloemen van een klimplant en roze trompetbloemen vormen het decor. 

Een zware bas voegt zich toe aan het orkest. Boem… boem… boem… boem… Het zijn de voetstappen van de olifant. Vanuit het park stapt hij de kruidentuin in. Op de open plek richt hij zich op zijn achterpoten. Zijn slurf steekt hoog de lucht in. Hij begint een trage rondedans met de bizon, die ook uit het park is komen kijken. Het geloei van de waterbuffels versterkt de uitgelaten stemming. Ze komen uit de drassige weide om mee te feesten. Zelfs de tijger laat zich zien, en rent vrolijk rond. Het bamboehuis beweegt enigszins moeizaam zijn stijve lange benen, en staat heupwiegend op de maat toe te kijken. 

En dan - - - knars - - - piept het ijzeren hek. Daar nadert een mens! In een oogwenk springen de tijger, de olifant en de bizon over de muur, terug het park in. De tijger verdwijnt diep in de donkere bossen. De olifant laat zich te water in het meer, en zwemt naar de overkant. De bizon graast op het groene gras. De waterbuffels wentelen zich in een modderpoel voor hun ochtendbad. De apen roepen oe-oe-oe vanuit het bamboebos. De eekhoorntje zitten op een boomtak te kwekkeren. De vogels ritselen door de bladeren onder de struiken. De gekko zit op een muur gekleefd in afwachting van een mug. De krekel zit aan de rand van de vijver. De spin wacht in zijn spinnenweb op een vliegje. De vlindert drinkt honing uit de rode kerstbloem. De schorpioen, de kakkerlak en de vogelspin verschuilen zich weer in de badkamer. Het bamboehuis staat stijf in het gelid.

Alles is weer normaal. Of juist niet…? Wat is normaal? Hoe de mens alles ziet, of hoe de natuur jubelt tijdens haar ochtenddans?

Kumely (KE), december 2003



PS: Later is me gevraagd hoe ik toch al die dieren-schepsels heb kunnen verzinnen. Het antwoord is: niets is verzonnen, ieder dier dat genoemd is, was aanwezig in de Kumely Spice Garden waarin we woonden, of het aangrenzende Periyar National Park.




woensdag 5 november 2014

Varkala's Vissers Verdwijnen (5/5)




Het was vier uur 's nachts. De maan was ondergegaan, maar op Achmed's boot hing een gaslantaarn om de vissen te lokken. Zijn zicht was niet verder dan het licht scheen. Kleine golven klotsten tegen de boot. Het was het koelste moment van de nacht, maar toch niet koud. Achmed overdacht de gebeurtenissen van de afgelopen weken.

Die bewuste dag waren hij en Tahir alle vrienden en familie langsgegaan. Overal hadden ze wat geld geleend. De een kon wat meer geven, de ander wat minder. Vooral zijn collega-vissers hadden al het mogelijke gedaan om hem te helpen. Aan het eind van de dag had hij net genoeg om de moneylender te betalen. Voor de reparatie aan de boot kon hij nog verder uitstel van betaling krijgen.

De volgende nacht had hij, ook op zijn boot gezeten, lang gepiekerd. Eigenlijk wist hij al dat Tahir geen visser wilde worden, maar om hem dat te horen was toch een schok geweest. Achmed zou zo iets nooit tegen zijn eigen vader hebben durven zeggen, maar waardeerde toch dat zijn zoon dat nu wel gedaan had. Na vele uren had hij tegenover zichzelf moeten toegeven, dat er voor zijn zoon geen toekomst als visser was. Zo'n schamel en onzeker bestaan paste niet bij de nieuwe generatie, die het nieuwe India moest gaan vormen. Al helemaal nu de centrale overheid van India toestemming had gegeven aan grote buitenlandse trawlers om in Indiase wateren te werken. Hij moest zijn zoon de vrijheid geven een ander beroep te kiezen, ook al werd daarmee de traditie van vele generaties doorbroken. 

Hij had contact opgenomen met zijn achterneef in de grote stad. Via via had die een baan als receptionist in een groot hotel voor Tahir geregeld. En zelfs geld voorgeschoten om het bedrag te betalen dat als "borg" gedeponeerd moest worden. (Banen kosten geld in India; een deel voor smeergeld voor degene die de baan te verdelen heeft; een deel als zekerstelling dat de werknemer niet van de ene op de andere dag vertrekt.) Tahir kon ook bij hen in huis wonen.

Gister was er voor het eerst een brief van Tahir gekomen, met wat geld er in. Het was nog niet veel, omdat hij ook aanloopkosten had. Maar zeker zou het de komende maanden meer worden. Tahir schreef ook dat hij genoot kennis te maken met deze kant van India: de welgestelden en zakenlieden die hier kwamen, waren óók Indiërs, maar leken uit een andere wereld te komen dan het dorp dat hij kende. Langzaam drong het tot hem door, dat hij niet naar het westen hoefde te kijken, om een ander soort leven te kunnen leiden. Ook zijn eigen land bood ongekende mogelijkheden.

Varkala (KE), januari 2004

Dit was het vijfde en laatste deel

Klik hier voor de eerste aflevering .

dinsdag 4 november 2014

Varkala's Vissers Verdwijnen (4/5)



Zo verstreken enkele weken. Ahmed had geluk met de vangst en kon de moneylender betalen. Ali trakteerde zijn collega's. Tahir overwon wat van zijn schuchterheid en sprak zo nu en dan een meisje aan. Geregeld gaf hij thuis een deel van zijn fooien af. Maar hij bleef vertwijfeld over wat hij wilde: aan de verwachtingen van zijn vader voldoen, of het moderne leven opzoeken?

Op een ochtend was het weer zover. Ahmed had een slechte vangst gehad, er moest een reparatie aan de boot betaald worden, en de moneylender zou komen. Met tegenzin slofte hij de weg naar het restaurant waar Tahir werkte. Tot zijn verbazing zag hij zijn zoon niet. Toen hij naar Tahir vroeg, waren diens collega's al even verbaasd! Wist hij dan niet dat Tahir een week geleden ontslagen was? Achmed begreep er niets van, Tahir was toch iedere morgen van huis gegaan, en ieder avond laat thuis gekomen, net als de maanden daarvoor? Als het anders was geweest, zou zijn vrouw hem dat zeker verteld hebben. In Achmed streden onbegrip en groeiende woede om voorrang. Wat was hier aan de hand? Wie hield wat voor hem verborgen?

Ali zei dat Tahir vaak rondhing bij de verkopers op het strand. Indiërs werden geweerd van het toeristenstrand, maar wie waren verkocht en wat baksjiesbetaalde, werd oogluikend doorgelaten. Achmed vond zijn zoon daar en eiste een verklaring. Diep beschaamd gaf Tahir toe dat hij al vijf dagen deed alsof hij naar zijn werk ging, omdat hij niet durfde te vertellen dat hij ontslagen was. Hij had geprobeerd in een ander restaurant werk te vinden, maar hij was "besmet" verklaard. Met hangen en wurgen kreeg Achmed het verhaal er uit. Voor het eerst was Tahir na zijn werk met een toeriste mee gegaan. Ze hadden op het balkon van haar kamer lang zitten praten over hoe jonge mensen over de toekomst dachten. Zij, in het westen, had talloze mogelijkheden; maar iedere keuze vóór iets, impliceerde "nee" te zeggen tegen alle andere dingen die ze ook wilde. De verwachtingen van de mensen in haar omgeving waren hoog. Hij, in het zuiden, had nauwelijks mogelijkheden; keuze was een ongekende luxe; de verwachtingen van zijn familie waren al even beklemmend. Het was voor het eerst dat Tahir over dit gevoel kon praten.

Tot diep in de nacht hadden ze, bij het licht van de volle maan, over dit soort zaken gepraat; er was niets gebeurd. Toch had de baas de volgende ochtend 500 roepies geëist. Tahir had geweigerd, om de mooie herinneringen aan de nacht niet te bezoedelen. In zijn jonge onervarenheid had hij niet doorzien wat hij wel en niet kon maken bij de baas, en wanneer hij wel en niet aan zijn principes moest vasthouden. De ruzie liep op en hij werd weggestuurd. 

Sindsdien had hij hele dagen rondgezworven. Op het strand hielp hij een vriend strandstoelen sjouwen en parasols opzetten. Daar kreeg hij een paar roepies voor, maar niet genoeg om zijn vader nu wat te geven. Achmed zou naar een tweede moneylender moeten, om het geld voor de reparatie en de termijn van vandaag te betalen. Zo zou hij het ene gat met het andere vullen. 


(wordt vervolgd...)
Klik hier voor de volgende aflevering .
Klik hier voor de eerste aflevering .

maandag 3 november 2014

Varkala's Vissers Verdwijnen (3/5)



Het was half elf toen Ahmed bij het restaurant aankwam. Hij keek zo veel mogelijk naar de grond om niet al die halfnaakte vrouwen te hoeven zien. Tahir zag hem aankomen en wist dat zijn vader weer geld nodig had. Tegelijk kwam van de andere kant zijn baas aanlopen. Enorme tweestrijd woedde in zijn hart. Als werkende zoon moest hij altijd zijn ouders financieel ondersteunen. Maar dit restaurant bood hem kansen op een ander leven. Moest hij kiezen voor zijn afkomst of voor zijn toekomst?

Snel nam hij het geld terug uit de kas en drukte het zijn vader in de hand. Ze stonden nog even te praten, toen de baas de kas geteld had en het tekort ontdekt. Luid scheldend sommeerde hij al het personeel bij zich. En waar Ali wel niet was? Omdat het Tahir's neef was, werd Tahir er speciaal op aangesproken. Tahir kon wel door de grond zakken van schaamte, vooral omdat zijn vader dit allemaal zag. Gelaten liet hij de scheldpartij van de baas over zich heen komen. Maar omstanders en collega's bemoeiden zich er mee en het werd een waar opstootje. Gasten begonnen het restaurant al te verlaten: dit paste niet in hun beeld van tropische stranden en palmbomen.


Op dat moment kwam Ali opdagen, ongeschoren en ongekamd. Hij liet zich door een omstander uitleggen wat er aan de hand was. Daarop nam hij de baas apart en legde uit dat hij voor het kastekort gezorgd had. Hij kwam nu het geld terugbrengen, en meer. De baas had sinds kort geïnstitutionaliseerd wat al lang de mores was: een man die wat met een toeriste had, moest dat afkopen door royaal drankjes en fooien en giften uit te delen, anders zou hem het leven onmogelijk gemaakt worden. (Dit soort sociale dwang kwam op allerlei terreinen voor.) De baas had nu als regel ingesteld, dat als een van de restaurant-medewerkers met een toeriste mee ging, aan hem 500 roepies betaald moest worden. Een toerist die in Thailand geweest was, had hem op dit idee gebracht. 

Toen alles financieel geregeld was, bedaarde de storm en ging iedereen die dag verder zijn gewone gang. De obers flirtten, de toeristen baadden in de zon en de zee, de vissers visten.


(wordt vervolgd...)
Klik hier voor de volgende aflevering
Klik hier voor de eerste aflevering