maandag 14 december 2015

Kerst op het Kanaal

 

Het Westelijk Marktkanaal was groot. Heel groot. Oneindig groot. Door de stille laaghangende nevel waren de oevers niet te zien, en dus was er zo ver je kon kijken alleen het rimpelloze water.

Kwik, Kwek en Kwak vonden het niet prettig. Ze wisten niet precies waar ze waren. Waar was dat balkje waar slakjes op groeiden? Waar was die plek die 's zomers dicht groeide met waterlelies? Waar was dat stukje oever met lekkere plantjes? Waar was die uitham waar zoveel alg dreef? Waar was die plank waar je op kon zitten, je eendepootjes net in het water, en je veren poetsen?

De drie zusjes waren koud en hongerig. December was een moeilijke maand. Nog een hele tijd voordat het voorjaar zou aanbreken en ze vrolijk kwetterend door het water zouden spetteren, achter de jongens aan.

Op zoek naar een schaars hapje, dreven de eendjes soms verder uit elkaar, en dan weer dichter bij-een. Even achter deze woonbooot kijken, dacht Kwek, misschien is daar een korstje brood te vinden. Toen ze er weer achter vandaan kwam, zag ze haar zusjes niet meer. Kwek-kwek-kwek, riep ze. Kwik-kwak-kwik-kwak, hoorde ze, maar door de stille nevel kon ze niet goed horen van welke kant het geluid was, en van hoe ver weg. Even later herhaalden ze hun gekwaak, maar Kwek wist niet of ze nu dichterbij gekomen was of juist verder weg. Bah, je zag ook geen zwemvlies voor ogen met dit weer. En het leek wel alsof het nog donkerder werd. Maar ze hoorde nu wel geluidjes voor zich. 

Kwek zwom in een van de oude insteekhavens van het Westelijk Marktkanaal. Hier waren loodsen overheen gebouwd, en de toegang was met damwanden dichtgemaakt. Maar dolend door de dichte nevel, was Kwek blijkbaar ongemerkt een geheime opening gepasseerd. Hoewel het hier eigenlijk stikdonker zou moeten zijn, zag ze een warme rode gloed voor zich. Bang en nieuwsgierig tegelijk zwom ze voorzichtig verder. De gloed werd helderder, de geluiden klonken gezelliger. Toen doemde het voor haar op: een soort eendekooi, een soort stal. Onder een warmtelamp in het stro stond een kribbe. Er om heen zaten dieren: een zee-ezel en een water-os; drie wijze trekvogels uit het oosten; een specht die op een stammetje timmerde. Er was lekkers: algen en kroost. In de kribbe lag een kuikentje dat net uit het ei gekropen was.

Buiten vielen de eerste sneeuwvlokken van het jaar. Kwek deed zich tegoed aan het eten en de warmte, en viel uiteindeijk in een diepe slaap onder de blauwe vleugels van de Maria-vogel. 
 
Toen Kwek de volgende dag wakker werd, dreef ze midden op het kanaal. De mist was verdreven door een aangenaam winterzonnetje. Naast haar dreven Kwik en Kwak, met hun snavel nog onder hun vleugel. Kijk, net voor hun was die plank in het water waar je zo fijn op kon zitten. 

Wat is het leven mooi, op het Westelijk Marktkanaal.
Amsterdam, december 2014 

vrijdag 11 december 2015

Bos en Lommer (5) Mix to the max

Kahvealti aan de Bos en Lommerweg is een heerlijk pluriforme koffie- en lunch-zaak, waar Turks en Amsterdams gemengd wordt in het eten, in het publiek en in de sfeer.

Vanaf de straat zie je in de etalage van Kahvealthi links de prachtige taarten van de patisserie-afdeling, en rechts een Hollandse broodjes-counter. Eenmaal binnen zie je verder in de zaak links de zoete Turkse hapjes (waaronder de baklava!) en dan de hartige Turkse hapjes. Een lust voor het oog alleen al. Rechts zijn wat tafeltjes. Verder naar achter is het ontbijt-buffet (ontbijt tot 3u!) en dan een verrassend groot zitgedeelte. Het interieur heeft iets van een klassieke jaren-50 diner en de Turkse pop-muziek is nogal nadrukkelijk aanwezig.
De bediening wordt verzorgd door drie vriendelijke, vlotte jongedames. De een met een hoofddoekje, de ander met een weelderige haardos. De een wat afwachtender, de ander met Amsterdamse pit.
Het publiek is behoorlijk gevarieerd, een Mediterraan-Amsterdams mengelmoesje, jong en oud, traditioneel en trendy. Toen de lunchtijd eenmaal voorbij was, zaten er alleen nog groepjes vriendinnen.

Het ontbijt-buffet zelf is al even mixed als de rest van de zaak: Hollandse, Franse en Italiaanse kaas liggen wat steriel op schalen, met daarnaast dan een spannende chili-saus en pittige pepers. Een heel ruim aanbod aan salades: aardappelsalade, koolsalade, komkommersalade. Volop olijven, noten en gedroogde abrikozen. De gegrilde aubergine en gebakken aardappeltjes worden koud geserveerd. Er is ook iets van worst en nog wat vlees-achtigs, maar dat slaan we over. Bij het buffet kun je zoveel thee drinken als je wilt.
Het enige wat we er bij missen is een mandje met brood. Ja, daar hadden we zelf om moeten vragen, maar misschien had het ook zo gebracht kunnen worden.

Al met al is het een zaak waar alles op orde is en het een gezellig komen en gaan van klanten is. Het buffet kan nog een paar spannendere Turkse gerechten hebben, maar de volgende keer gaan we ons eerst op de patisserie storten!

Amsterdam, 11 december 2015

Ten tijde van ons bezoek heette deze zaak nog Seyidoglu. Verder is alles hetzelfde gebleven.

Meer Bolo blogs 

Lees hier meer Bos en Lommer koffie- en lunch-reviews

woensdag 18 november 2015

Bos en Lommer (4) Aardappel krijgt groen licht

Door de opvallend groene gevel en idem verlichting valt King Kumpir prima op in de gevellijn van de Bos en Lommerweg. De inrichting en ook weer die groene verlichting zien er fris en modern uit. Toch heeft de zaak ook een fast food uitstraling die wordt versterkt door  de witte tafeltjes, plastic bestek en plastic bekertjes. Dat is jammer, want daardoor nodigt het niet uit er langer te blijven zitten.

Een uiterst vriendelijke en behulpzame jongedame legt uit dat kumpir  van oorsprong een Turks gerecht is. De bereiding gebeurt ter plekke en is helemaal te volgen: een grote gepofte aardappel wordt doormidden gesneden en met boter en geraspte kaas gepureerd - nog in de schil. Dit "bedje van puree" wordt rijkelijk belegd met sausjes en groentes naar keuze uit de salad bar. Bonen, mais, augurkjes, pepertjes, rode kool salade, etc, etc. Het resultaat ziet er niet alleen mooi uit, het is ook heerlijk, en meer dan genoeg als lunch. Voor wie iets anders wil, is er ook falafel, friet en pitabroodjes.

Er is aardig wat aanloop, zo te zien vooral van winkelend mediterraan publiek. De soms wat traditionele hoofddoekjes van de clientèle vormen een contrast met het moderne interieur, maar gezellig is het er zeker.
Wat een beetje verwarrend is, is dat zowel de website als het foldertje claimen dat ze vegetarisch zijn, maar dat er ook tonijn of kip als vulling op de kumpir te krijgen is. Nu zijn er vele definities van vegetarisch mogelijk, maar buiten Frankrijk dacht ik dat het niet gebruikelijk was vegetarisch te zien als "alles behalve koe en varken". Niet getreurd, we laten de kip en tonijn gewoon links liggen. En we komen zeker nog eens terug.


Amsterdam, 18 november 2015

Meer Bolo blogs 




woensdag 4 november 2015

Bos en Lommer (3) Degelijkheid is een kwaliteit

Volgens de definitie “kwaliteit is het uitsluiten van toeval” is Meram een topper. Degelijk, netjes, verzorgd, smakelijk, vriendelijk. Het eten, het interieur en de bediening zijn allemaal OK, zonder spectaculair te worden.

Meram is, behalve een regio in Konya, een Amsterdams-Turkse keten van restaurants met zes vestigingen verspreid over de hele stad (en twee in Rotterdam). We bezochten die tegenover het levendige Bos en Lommerplein rond lunchtijd. Buiten had meer dan 90% van de vrouwen een hoofddoekje om, binnen minder dan 10%. De clientèle leek zeer divers, en zelfs onze serveerster droeg daar toe bij met haar Spaans-Argentijnse roots.
Op de menukaart was het even zoeken naar de vegetarische opties, maar uiteindelijk vonden we er toch verschillende. We namen een paar tapas, een broodje falafel en een portie friet. Bij de tapas kwam heerlijk, vers, warm Turks brood met een fris yoghurt-munt-sausje. Het waren royale porties, dus we hadden er meer dan genoeg aan. Allemaal heel smakelijk, maar niet spannend. Dat kun je zowel als een voordeel als als een nadeel zien.


De zaak was modern-klassiek ingericht. Aangenaam ruimtelijk en rustig. Misschien iets geschikter voor een degelijke lunch dan voor een gezellig etentje.
De toiletten leken recent gerenoveerd. Niet in stijl met de rest van de inrichting, maar glimmend zwart-witte tegels, moderne wastafels met  gadgets als de in de kraan geintegreerde handdroger waarvan de bediening niet een-twee-drie duidelijk was.

Al met al een prima lunch-plek waar een breed publiek zich senang kan voelen.

Amsterdam, 4 november 2015

Meer Bolo blogs 


zondag 25 oktober 2015

Patti Smith in Paradiso

Na haar bandleden loopt Patti het podium op. Een subtiel ironisch heupwiegje, en ze heeft de halve zaal plat. Ze loopt naar de microfoon, zet haar leesbril op, en draagt de hoestekst voor van Horses, de elpee die 40 jaar geleden uitkwam.

Deze maand bezocht ik twee concerten van grootheden uit de midden-70's. PIL (John Lydon alias Johnny Rotten) en Patti Smith. Allebei revolutionair zowel muzikaal als maatschappelijk. London vs New York. Voorpaginanieuws vs underground. Arbeidersklasse vs intellectuelen. 59 jaar vs 68 jaar. (*)
Het publiek bij Patti Smith was gevarieerder. Ook duidelijk maatschappelijk geslaagder. Hoewel de 50'ers en 60'ers in de meerderheid waren, was er een flink aandeel jongeren. De hippy-spirit zat er ook in: toen de stoelen op de galerij allemaal bezet bleken, ging menigeen in kleermakerszit op de grond.

De toetsenist zette de eerste noten in van Gloria, het begin van de integrale uitvoering van Horses. In de stevigere nummers ontpopte Patti zich als een ware rock chick, met ritme in de stem en swing in het lichaam, van links naar rechts over het podium bewegend, leunend over de monitoren, handjes gevend aan het publiek op de eerste rij, zwaaiend naar de bovengalerijen.
In de meer poëtische nummers schreeuwde ze, krijste ze het publiek toe als een ontketende messias, vloekend en tierend als Jezus in de tempel. De lange grijze haren wapperend, de armen breed uitgestrekt, het publiek bezwerend.

Haar stem was bepaald niet meer van fluweel, maar dat maakt ze goed met een intensiteit en energie waar John "Anger is an energy" Lydon niet van terug zou hebben.
In aanmerking genomen dat Horses 40 jaar oud is, bleef de uitvoering dicht bij het origineel. Alleen kregen we een extra stuk Gloria na het titelnummer, en werd Elegie een aangrijpende klaagzang voor een lange lijst te vroeg overleden musici. Bekenden als Jim Morrison, Jimi Hendrix, Kurt Corbain en Amy Winehouse, waar ze allemaal songs ter nagedachtenis voor geschreven heeft, en minder bekenden als Johnny Thunders, Johnny Winter en natuurlijk haar eigen man Freddy "Sonic" Smith.

Na Horses werd een song opgedragen aan het publiek van Paradiso. Toen de Patti Smith Group midden jaren '70 begon met touren, vond Patti het zo jammer dat het publiek nooit meezong. Pas na drie jaar, in Paradiso, werd ineens uit volle borst van begin tot eind meegezongen met Dancing Barefoot. Nu weer.
Daarna was er soort pauze, een intermezzo waarbij de band een medley van Velvet Underground nummers speelde. Toen Patti terugkwam op het podium, zei ze dat ze een costume change had ingepland om als hedendaagse rock star mee te kunnen. Alleen was ze vergeten zich om te kleden en deed dat alsnog on stage.

In het volgende blok van drie nummers zaten die andere grote hit, Because The Night, en twee nummers van de latere albums Dream of Life en Gone Again. De bandleden wisselden eens van instrument, Patti praatte wat meer en gaf opmerkingen uit het publike steeds een gevat weerwoord. Ze kwam bijna niet meer uit haar woorden van het lachen, omdat ze zo blij, zo gelukkig was. Na een onderonsje met de bassist volgde een vertederend ...my boy... Het was haar zoon.
Als toegift kregen we, hoe kon het ook anders, My Generation. In een concert dat in het teken stond van leven en dood, hoop en vrijheid, was de tekst toepasselijk veranderd in "hope I live untill I get old".  Wellicht met het idee "de jeugd heeft de toekomst" werden twee tiener-rasta-meisjes uit het publiek het podium opgehesen, om een dansje te doen. Ze waren te verbijsterd van geluk en versteenden bij vlagen. Patti deed een gitaar om om de feedback effecten uit dit lied te bewerkstelligen. De gitaar in de versterkers kapotslaan zoals Pete Townshend in 1965 deed, ging misschien te ver, maar wel werd de ene na de andere snaar geknapt. Onder een nagalmende feedback verliet de band het podium. De zaallichten gingen aan en Jimi Hendix' Freedom klonk. De roadies deelden set-lists, bloemen en prullaria uit onder het publiek.

Het was een memorabele avond.

Meer concerten 

Lees hier meer concert-reviews

zaterdag 10 oktober 2015

Bos en Lommer (2) Goedemorgen

Goedkoper? Goedkóper geworden? Het is nauwelijks te geloven. Het is al lang niet meer alleen op het Leidsche Plein of een exclusieve locatie dat je meer dan 2 Euro betaalt voor een kopje koffie. 
Iedere slimmerik binnen de ring denkt dat-ie er mee weg komt €2,20, €2,40 of €2,60 te rekenen voor een kopje middelmatige koffie. En gezien de klandizie lijken ze vaak nog gelijk te hebben ook.

Waar de prijzen voor een kopje koffie de pan uit rijzen, gebeurt bij Buongiorno het omgekeerde: ze worden goedkoper.  En dat is niet het enige sympathieke aan deze mini-keten in Amsterdam West.

Ze hielden ons lang in spanning: op de hoek van de Bos en Lommerweg en de Admiraal de Ruijterweg waren de ramen meer dan een half jaar afgeplakt met bruin papier met intrigerende teksten over Javaanse koffie. Begin van de zomer was het eindelijk zo ver: de zaak ging open. Een frisse moderne uitstraling, tegelijk gezellig. Onder, op en achter de toonbank voert koffie de boventoon in diverse varianten, maar is ook ruimte voor andere drankjes en hapjes, waaronder heerlijk gebak. Links bestel je bij de altijd vriendelijk barista, rechts haal je je bestelling  op en aan een klein "eiland" pak je suiker en melk en staat een karaf water - nog zo'n sympathiek detail.


Je kunt buiten zitten op grote stoere houten banken - in 2015 is er geen zaak denkbaar zonder - of binnen in de vensterbank of aan de leestafel. Daar kun je proeven dat het werkelijk een prima kopje koffie is, dat de Italiaanse naam eer aan doet. In korte tijd is de zaak populair geworden bij zzp'ers (zelfstandige zonder plek-om-te-werken) waarvan er zelfs op zaterdagochtend een stel zitten te werken aan hun laptop. Verder is er een bijna continue stroom van mensen die even een bakkie komt doen.  Het publiek is behoorlijk gevarieerd, en ook dat draagt er toe bij dat het er prettig toeven is.
Aan de toeloop te zien is de zaak een schot in de roos, een aanwinst voor de buurt, en een genoegen om zo'n succesvolle allochtone onderneming te zien. En dat allemaal vanaf slechts  €1,80…

Amsterdam, 10 oktober 2015

Twee jaar later

Toen in 2015 het menubord voor de speciale koffies opgehangen werd, waren de specials vernoemd naar vijf legendariache voetballers en één onbekende. Bergkamp, Van Persie, Iniesta, Zidane en Maradona. Je zult maar in dat rijtje gezet worden als jeugdspeler van Ajax. Intussen weten we hoe terecht dat was. Hoewel zijn ster op de velden nooit tot die grote hoogte heeft mogen reiken, is wat hij heeft losgemaakt in Amsterdam en de voetbalwereld onvergetelijk. En daarmee onsterfelijk. Appie Nouri, 34.



Meer Bolo blogs 

woensdag 7 oktober 2015

PIL in Paradiso

Terwijl de zaal langzaam vol liep, beende een man gekleed in een pak met fluoriserend gele strepen en schouders van back stage het podium op en terug. Hij bestudeerde het stuk van het balkon dat tot boven het podium doorliep. Dat moest ontruimd worden en met een lint afgezet worden. Gedurende het hele concert stond hij streng in een hoek voor op het podium te kijken.  Was Johnny bang voor bier-gooiers en stage divers? Dat was dan de enige referentie aan de Sex Pistols dagen, want het publiek gedroeg zich behoorlijk tam. Zo zagen ze er nu uit, de kansloze jongeren van 40 jaar geleden: eind 50, kaal hoofd en een zwart leren jasje aangeschoten dat niet meer sloot over hun bierbuik.

De zaallichten gingen uit, de band kwam op, als laatste John Lydon. A capella zong hij de openingszinnen, daarna zette de band in voor dezelfde dubbele opening als het recentste album What The World Needs Now: Double Trouble / Know Now. Meteen daarop volgde een briljante uitvoering van This Is Not A Love Song.
De ritmesectie legde een uiterst solide fundament, met een bas zo diep dat je 'm niet hoorde, maar die wel je borstbeen deed resoneren. Als de ritmesectie het gewapend beton was, dan was de gitarist de diamantboor. Slijpend, snerpend, gierend, jankend, huilend - maar nooit wist hij te ontsnappen aan de ijzeren greep van de drummer en bassist. Ook John's stacato zang bleef door de mix gevangen en vormde vaak een kleur in het palet van klanken. Hoewel zijn zang niet boven de muziek stond, was John wel het absolute middelpunt van de zaal: stage center. Alleen tijdens een paar ultrakorte, verrassend melodieuze gitaarsolo's verschoof de spotlight even naar de gitarist.
Zo gleden we langzaam in een trance waarbij het onderscheid tussen de verschillende uitgesponnen nummers vervaagde. Waren ze nieuw of oud? Waren ze bekend of niet? Het maakte niet meer uit, ze lagen allemaal aan de ketting van de ritmesectie en de gezamelijke klank-samenstelling. Daarmee vervaagde ook de tijd, had die geen begin of eind meer, geen verleden of toekomst, kwam die tot stilstand. Een gevoel dat je ook kunt hebben als je ergens halverwege een wereldreis van zes maanden bent, of zoals iemand me vertelde: als je wat goede hasjies gerookt hebt.

We landden weer met een lange expirimenteel-psychedelische uitvoering van Religion. In het middendeel alleen nog de vervormde stem van John boven een licht ritmisch tikje van de drummer.  Aan het eind een chant: "turn up the bass". Dat gebeurde. Alsof de zaal een trilplaat werd, schudden eerst de vullingen uit je tanden, en toen de kiezen uit je kaken.
De toegift bestond uit strakke uitvoeringen van de publiekslievelingen Public Image en Rise (met John's lijfspreuk "anger is an energy"). John had ons blij verrast met een uitstekende band en een uitstekend concert. Als afscheidswoorden kregen we mee: Amsterdam is my second home, en this way we can change the system.


Meer concerten 



Lees hier meer concert-reviews o.a. later dezelfde maand het concert van Patti Smith

maandag 5 oktober 2015

Bos en Lommer (1) Wild West aan de ring

Het GAK-kantoor is altijd een van de lelijkste gebouwen van Amsterdam geweest. Prominent langs de A10 kende en verafschuwde iedereen het. Natuurlijk werd het ook niet populairder door zijn functie of door de verbouwing met de gouden badkranen door de toenmalige directeur (of was dat later, Tjibbe Joustra bij het UWV?).

Recentelijk heeft het een enorme make-over gekregen en zijn er appartementen in gekomen. En het is nog altijd even lelijk. Ook als je het benadert vanaf de andere kant, via het Bos en Lommer-plein en -plantsoen. Maar in de kelder, onzichtbaar vanaf de weg en bijna onvindbaar, bevindt zich een aangename verrassing. Het Wilde Westen is een café-restaurant dat de huiskamer van de buurt probeert te zijn. Ingericht volgens de laatste trends, beetje industriele look met wat vintage meubelen, een roestig ijzeren hek, tafeltjes langs het raam en een giga leestafel cq zzp-werkplek aan de andere kant. Ziet er best aangenaam uit.



maaltijdsalade
Op een maandag-avond was het er niet al te druk, maar voelde het toch niet te leeg aan. De bediening was vriendelijk en prettig, de menukaart beperkt in omvang – en dat bedoel ik als een pré – en met verschillende vegetarische opties.  De pizza en de maaltijdsalade smaakten uitstekend. De pizza met flinterdun knapperig deeg. De salade met geroosterde stukjes pompoen en knapperige tuinbonen.


Kassabon
Dat klinkt allemaal heel goed. En dat was het ook. Maar toch was er een aspect dat tegenviel. Waar de charme van het hedendaagse Bos en Lommer is dat het in transformatie is van een moeilijke wijk naar een hip and happening place, met de perfecte mengeling van traditionele allochtonen, hippe meiden met hoofddoek en jonge ondernemers. Daar is de clientèle van Het Wilde Westen 100% wit. Niets tegen onze witte medemens, maar het steekt allemaal zo bleek af bij de kleurrijke buurt. 

Amsterdam, 5 oktober 2015

Meer Bolo blogs 

Lees hier meer Bos en Lommer koffie- en lunch-reviews

dinsdag 14 juli 2015

De Rohingya: Een verborgen volk in de jungle

Bezoek aan de Thais-Maleisische grens

Dit was echte jungle met veel bomen die tientallen meters kaarsrecht omhoog sproten om een beetje licht op te vangen waar hun kroon zich uitbreidde. Dikke lianen en parasitaire planten groeiden er omheen. Dorre bladeren van een halve meter groot vermengd met fel rode bladeren bedekten de bodem. 
Het pad werd door de hoge oppervlakkige wortels op z'n plaats gehouden, op een stuk na waar het naar beneden gestort was en er geklauterd moest worden. 
Daar kwamen die lianen en wortels weer van pas. Sporen van wilde zwijnen, stekelige rotan, grote vlinders, harde hoge tsjierppartijen van de insekten - het bos was er vol mee.

We wandelden over een pad door het Thale Ban National Park, in de uiterste zuidwest-hoek van Thailand. Volgens het bord was dit evermoist forest, nog net niet zo ondoordringbaar als het tropical rain forest dat we zuidelijker in Maleisië gezien hadden.  Dat dit een onherbergzaam gebied was, met moerassen, bergen en jungle, was de reden dat we hier de grens overgestoken waren door mee te liften met een vrachtbootje over de Andaman Zee.
Maar nu waren we toch vlak bij de enige landgrens in de regio: aan een kleine weg met nauwelijks verkeer en al helemaal geen openbaar vervoer. De laatste 20 kilometer waren we meegelift met de grote pick-up truck van Hassan, een politieman of grensbewaker in uniform, op weg naar zijn werk. Het National Park lag twee kilometer voor de grens. Met niets dan jungle er tussen.
Het was onthutsend, maar niet onvoorstelbaar, een paar maanden later in de krant te lezen dat precies hier geheime vluchtelingenkampen waren waar Rohingya uit Myanmar werden vastgehouden, afgeperst door mensensmokkelaars, en vermoord achtergelaten.

Bootvluchtelingen

Thailand en Myanmar hebben een lange gemeenschappelijke grens, en zo'n 150.000 Karen uit oostelijk Myanmar zitten al 30 jaar vast in vluchtelingenkampen van de Thaise overheid net over de grens, 1500 kilometer noordelijker. Ze zijn intussen een bekende bestemming voor culturele bezoeken en vrijwilligerswerk door westerse toeristen. Nauwelijks bekend zijn de Rohingya uit westelijk Myanmar. Ze worden niet geaccepteerd omdat hun godsdienst afwijkt van de meerderheid, de Buddhisten. Ze vluchten niet door de jungle de grens met Thailand over, maar moeten met bootjes over de Andaman Zee. Hun doel in Maleisië, waar Moslims de meerderheid vormen. Maar vaak landen hun bootjes in zuid Thailand, waar ze op weg naar Maleisië in handen vallen van de smokkelaars.
Op zee werden de bootjes verjaagd of teruggesleept door de Thaise, Maleisische en Indonesische kustwacht, tot de zaak in mei 2015 zoveel internationale aandacht kreeg , dat Maleisië besloot ze tijdelijk op te vangen.

Bezoek aan deelstaat Rakhine

De zaak raakt ons nog meer, omdat we 7 jaar geleden in Rakhine waren, de regio van Myanmar waar de Rohingya vandaan komen. Korte tijd was de streek toegankelijk, toen Myanmar net begon zich meer open te stellen en toenadering zocht met oppositie en buitenland. Maar al snel werd een nieuw binnenlands conflict gezocht en gevonden bij deze minderheid. Hoewel ze al vele generaties of vele eeuwen in Rakhine wonen, deels afstammelingen van Persische en Arabische handelaren, deels migranten binnen wat in de 19de eeuw één Britse kolonie was, worden ze nu gezien als illegale immigranten uit Bangladesh.
Nu terugkijkend, is het verbazingwekkend dat we de streek indertijd niet als Islamitisch herkend hebben. Blijkbaar moesten ze toen al een low profile houden. Het straatbeeld van Sittwe werd overheerst door monniken, nonnen en tempels. De schaarse toerist bracht geen welvaart naar Mrauk U, die uithoek van het land was duidelijk straatarm. Mobiele telefoons waren er in Sittwe al niet meer, en in Mrauk U was zelfs geen vaste telefoonverbinding met de rest van de wereld.

Mrauk U was een oude hoofdstad uit de 16de eeuw, van een rijk dat zich uitstrekte over delen van het huidige Bangladesh (waarvan de nabijheid b.v. geïllustreerd werd door de importkoekjes in de winkel) en de huidige Rakhine State. Er waren een heleboel tempels en pagodes uit die tijd overgebleven, half tussen het dorp en de akkers gelegen, soms wat vervallen en overgroeid. Steeds zag je weer een andere tempel op een heuvel of een pad naar iets moois. De setting alleen al was fantastisch, maar de chedi's zelf waren ook meer dan de moeite waard.
We wandelden er rond, hier en daar begeleid door groepjes kinderen die eigenlijk naar school hadden moeten gaan.
Verder weg van het dorp waren er geen kinderen meer die steeds bye bye roepend op je afrenden, maar uitgestrekte akkers en vrouwen die met manden op hun hoofd liepen. Hier was geen meter straat verhard, geen huismuur van steen: alles hout en bamboe en erfjes van aangestampt zand.

Een bizarre circel

Met deze laatste alinea uit mijn reis-dagboek van 2008, en de alinea uit mijn reis-dagboek van 2015 waar dit stukje mee begon, sluit zich een bizarre cirkel rond twee plekken die we bezochten toen we van niets wisten, en die daarna eventjes het wereldnieuws haalden.


Amsterdam, mei-juli 2015

maandag 30 maart 2015

Brood blog 2: Gluten zijn een godsgeschenk.

Ver verleden

Als we kijken naar de evolutie van de mens, en hoe de mens het overheersende wezen op onze planeet werd, blijft het nog altijd een vraagstuk waar de mens precies die voorsprong op andere wezens nam. Daarom bestuderen we hoe en wanneer de mens rechtop ging lopen. Een andere factor is de plaats van de duim ten opzichte van de andere vingers, waardoor de mens beter gereedschappen (stenen, stokken) kon vasthouden. Taal wordt algemeen gezien als een cruciale stap.



Minder bekend is de bijdrage van de gluten-tolerantie, die veel andere volwassen primaten niet hebben: er zijn aanwijzingen dat de mens door zijn vermogen granen te eten, toegang had tot een nieuwe voedselbron, rijk aan eiwit en energie. 

Daarmee werd het met name beter mogelijk om in gematigde klimaten te overleven, en dus hele nieuwe werelddelen te bevolken.

Voor degenen die een rol van god willen zien in de evolutie van de mens, zou je dus kunnen zeggen dat gluten een godsgeschenk zijn.

Recent verleden

Minder dan een procent (1%) van de mensen heeft een gluten-intolerantie. Maar doordat een paar quasi-serieuze boeken met pseudo-wetenschappelijke pretenties gebaseerd op verkeerde aannames onverwacht populair werden, verbeeldt een steeds grotere groep mensen uit de westerse middenklasse zich dat ze ook een gluten-intolerantie hebben.  Als sommigen van hen zich met een glutenvrij dieet tijdelijk beter voelen, is dat deels te danken aan de extra aandacht die ze dan besteden aan alles wat ze eten, en deels aan het placebo effect.

Het is jammer dat de mensen die écht een gluten-intolerantie hebben, hierdoor minder serieus genomen worden.

Heden en toekomst

 Dankzij moderne technieken zijn er in deze eeuw van overvloed genoeg alternatieven voor granen en brood.  Het is dus heel goed mogelijk een glutenvrij dieet te volgen. Maar het kost je geld en het kost de wereld grondstoffen. Het is een luxe die weinigen zich kunnen veroorloven maar velen wordt opgedrongen.

Hopelijk is 99% van de mensen binnenkort weer verstandig genoeg om brood een plaats te geven in een uitgebalanceerd dieet. Wil je brood eten waar geen extra gluten aan zijn toegevoegd (ja, ze zitten in "broodverbeteraar" in fabrieks-brood) of zo-wie-zo weten wat er in zit, dan kun je je eigen brood bakken.


Meer lezen

Een eenvoudig, lekker en gezond broodrecept vind je HIER.

Lees hier de andere brood-blogs.



zondag 15 maart 2015

Brood blog 1: Uit noodzaak geboren: een nieuw brood-recept.



Het leek een onoverbrugbare kloof. De een had jarenlang zo goedkoop mogelijk boodschappen gedaan, en het goedkoopste volkorenbrood uit de supermarkt gekocht. De ander kocht heerlijke ambachtelijke broden bij de warme bakker of bij de markt-met-een-kuu.
Die fabrieksbroden smaken toch nergens naar! 
Die ambachtelijke broden zijn toch veel te duur!

Toen kwam het idee om dan maar zelf brood te gaan bakken. Dat zou lekkerder moeten zijn dan fabrieksbrood en goedkoper dan ambachtelijk brood. En met zo'n broodbakmachine was het weinig werk en kon het niet mislukken. Dat zijn toch eigenlijk de vier kriteria waar het om gaat.

Dus werd bij de supermarkt een pak broodmix gehaald, en bij de witgoedzaak een broodbakmachine. Na het lezen van de instructies en het afmeten van de toevoegingen en het kiezen van het juiste programma werd de machine aangezet. Na een tijdje leek het alsof er niet veel gebeurde. Het lampje dat de "fase" aangaf, versprong niet. De machine maakte steeds dezelfde korte beweging, maar het deeg werd echt niet gemengd - laat staan gekneed. Nauwkeurige bestudering leerde dat de deeghaakjes eigenlijk nauwelijks bewogen - de weerstand van het mengsel leek te groot.
Wat te doen? Er zat immers al water door de broodmix, dus die kon je niet lang bewaren. Dan maar gauw met de hand kneden en in de oven zetten. Er kwam zowaar iets behoorlijk eetbaars uit.

Die broodmachine was dus geen succes. Bovendien was het kneden veel minder moeite geweest dan van te voren gevreesd. Eigenlijk zou je het brood net zo goed helemaal met de hand kunnen maken. Maar dan moest je wel weten wat de optimale hoeveelheden meel, gist en water waren, en hoe lang het moest rijzen en bakken. Gelukkig kun je tegenwoordig alles op internet opzoeken.

Daar bleek al snel dat je door de bomen het bos niet meer zag. Talloze recepten die beweerden het enige echte te zijn; de een had het over het soort meel; de ander had een ingewikkelde rijs-cyclus; de derde had weer andere verhoudingen suiker en zout; de vierde was zo warrig dat je eigenlijk niet wist met welke stap je bezig was; de een zwoer bij vers gist en de ander had het over het laten weken van gedroogde gist in lauw-warm water; uit reacties bleken veel recepten te mislukken als je iets niet helemaal goed deed.
Wat ze allemaal gemeen hadden, was dat als je ze doorlas, je dacht dat een brood bakken een uiterst gecompliceerde zaak was die je pas na jarenlange ervaring meester zou kunnen worden.

Intussen werd de broodbakmachine grondig schoongemaakt en terug in de verpakking gedaan. Daarmee terug naar de winkel. Gelukkig was het een klantvriendelijke zaak, waar je spullen binnen acht dagen terug kon brengen - mits ongebruikt natuurlijk. 
Nou, er was geen brood mee gebakken dus "gebruikt" kon je 'm niet noemen.
Wij gingen verder zonder broodbakmachine die ook maar weer ruimte inneemt in je keuken, en minder eenvoudig is dan je verwacht, en stuk kan gaan. 

Met het nodige lezen, nadenken, uitproberen, bijstellen en versimpelen kon uit de vele bomen van het brood-recepten-bos een handzame broodplank gezaagd worden. Zo ontstond een recept dat lekker en goedkoop is, en bovendien gemakkelijk en nooit mislukt.

maandag 23 februari 2015

India Nieuwsbrief, Jaargang 2015 Aflevering 5 (slot): De Andaman kust

Satun, hoe het verder ging…
Uiteindelijk zijn we twee weken in Satun gebleven. Het was gewoon te leuk om te vertrekken. Een aantal ochtenden bleven we thuis en zat E. op de veranda aan haar boek te werken. Andere ochtenden wandelden we door het stadje, over de markt, of juist de stad uit. Binnen tien minuten was je op het platteland. Vooral de wandeling die ons eerst langs een mangrove bos bracht, toen langs visvijvers met kreeft, en toen bij een afgelegen huis waar oploskoffie geserveerd werd, was spectaculair.
Voor de lunch gingen we iedere dag naar dezelfde plek. Iedere Thaise stad heeft ten minste één vegetarisch lunch-restaurant. Het probleem is het te vinden. Ten eerste om de vraag duidelijk te maken (wij spreken geen Thai); ten tweede zijn ze niet erg bekend; ten derde om het evt antwoord te begrijpen (zij spreken geen Engels); ten vierde om het te zien zelfs als je er voor staat. Ook dit was onooglijk klein in de hoek van een loods. Maar de belangrijkste hint is altijd het bord met rode letters op een gele achtergrond. Iedere dag was er een soort buffet met verschillende groentes en tofu-varianten die je op je bordje rijst kon scheppen. Het was afwisselend, lekker, gezond en spotgoedkoop.
Ook voor koffie hadden we een vast adres, als we in de stad waren. Een klein bamboe stalletje waar een meisje in zat, achter de toonbank weggedoken als er geen klanten waren, voor take-away koffie en thee. Het was een genot om te zien met hoeveel zorg ze iedere bestelling klaarmaakte. Een schepje van dit, een scheutje van dat, roeren, mixen, in een zak of beker met ijs gieten, inpakken. Ze was niet erg spraakzaam, maar wel zorgzaam. Onder haar glinsterende hoofddoek had ze haar wimpers gitzwart gemaakt en haar wenkbrauwen dik ingetekend.
Avondeten hadden we afwisselend thuis of in de stad. De kwaliteit kon die van KL en Penang niet evenaren, en bestellen ging soms moeizaam, maar toch waren we meestal wel tevreden met het resultaat.
Uniek voor Thailand is hoe gemakkelijk je ergens naar muziek kunt luisteren. We vonden een openlucht-bar waar iedere avond een trio optrad. De zangeres deed graag Engelstalige covers en kon echt goed zingen. Soms waren wij de enige klanten en hadden dan de drie muzikanten en vijf man personeel ons heen. Die waren druk met het voortdurend bijvullen van onze glazen met ijsblokjes en het flesje cola dat op een bijzettafeltje stond.
Satun was toch niet 100% Thai. Eerder 99.8%. Buitenlanders waren of 3 dagen overgekomen van Langkawi voor een nieuwe Maleisische inreis-stempel en zaten in hetzelfde resort als wij. Of ze hadden hun jacht in onderhoud op de werf in Thammalang. Of ze woonden hier, getrouwd met een Thaise, die thuis zat terwijl ze met hun lotgenoten bier dronken en klaagden. Of ze waren Amerikaanse jonge meiden die Engelse les gaven en lunchten in hetzelfde restaurant als wij. Of ze waren op doorreis van/naar Langkawi en te laat voor de laatste ferry.

Trang
Hondervijftig km naar het noorden met een minivan kwamen we in Trang. Trang is al een wat groter stadje en minder aan Maleisie verwant. In eerste instantie schrokken we van de toeristen, in vijf minuten zagen we er meer dan in twee weken Satun, maar uiteindelijk bleek dat ze allemaal in de paar honderd meter rondom het treinstation bleven.
We waren de twee dagen voorafgaand aan het Chinese Nieuwjaar in Trang, en dat werd hier groots aangepakt. Iedere avond was een deel van brede straten afgezet, waar podia gebouwd waren en een markt met allerlei soorten eten was opgezet – gevarieerder en verzorgder dan een gewone Thaise night market. De mensen waren er ook echt als een uitje, niet alleen om een hapje te eten. Veel mensen hadden zich er extra voor gekleed, soms in gloednieuwe rode jasjes en jurkjes. Op sommige stukken kon je nauwelijks lopen door de menigte. Maar het had wel iets heel gezelligs en gemoedelijks.

Vanuit Trang makten we een excursie naar Kantang. Kantang ligt aan de monding van de rivier de Trang, zo'n 30km zuidelijker. Al eeuwen geleden was het een belangrijke haven met een mengeling van Maleise, Chinese en Thaise inwoners. Het was vroeger na Bangkok de belangrijkste haven van het land en had daar ook een spoorverbinding mee. De hoogtij dagen waren ruim een eeuw geleden, toen de lokale ondernemer en heerser Praya Ratsadanu goede connecties had met het Thaise koningshuis, oog had voor het belang van de bevolking en vernieuwingen doorvoerde. Zo importeerde hij stiekem de eerste rubberboom uit Maleisie (nadat een Engelsman de zaden illegaal uit Brazilie had meegenomen). De impact daarvan zie je nu overal: de rubberboom is verreweg het meest verbouwde gewas in zuid Thailand.
Er gaat een trein per dag van Bangkok naar Kantang, via Trang. Daar konden we dus mee gaan. Het laatste half uur van een rit van 17 uur. De trein was nagenoeg leeg voor dit laatste stukje en reed door landelijk gebied.
Het stationnetje van Kantang is het originele eeuw-oude houten gebouw, prima in de verf, met de originele loketten en borden. Een kamer is een klein museum, een nevengebouw is nu een leuke coffeeshop.
We wandelden naar het voormalige woonhuis van Praya Ratsadanu. Het was een houten villa van twee etages met veel veranda's, luchtig gebouwd en voor die tijd ongetwijfeld zeer luxe. Het was slecht onderhouden, maar had nog wat oud meubilair en oude foto's. De eettafel op de achterveranda was tamelijk imposant. De keuken was in een zijgebouw. De omgeving was zo bosrijk dat het getjilp van krekels oorverdovend was.
 Vanaf hier wandelden we richting de rivier. De wegen waren verrassend breed opgezet en er was meer verkeer dan in bv Satun. Toen we de haven zagen begrepen we waarom: die was groter dan ik verwacht had, en de kade stond vol met vele tientallen containers die duidelijk in transit waren. Blijkbaar was dit nog steeds de belangrijkste haven aan de Thaise westkust. Verrassend als je zag dat de rivier hier niet zo erg breed was. Er reden ook voortdurend diepladers met een lading onder zeil door de stad.

Krabi
Hondervijftig km naar het noorden met een bus kwamen we in Krabi. Aj, hier was het wel heel erg toeristisch. Met groepen kwamen ze voorbij. In geen jaren had ik zoveel toeristen bij elkaar gezien. Zweedse, Franse en Russische gezinnen; busladingen backpackers (letterlijk); oudere jongeren op brommertjes; Nederlandse stellen... Blijkbaar was Krabi niet alleen een hub voor de eilanden hier voor de kust, maar ook een bestemming op zichzelf.
En daar bovenop leek half China en half Maleisie hier te zijn. We hadden het effect van Chinees Nieuwjaar met het er op aansluitende lange weekend onderschat, en de stomme pech dat onze route ons net dit weekend in de meest toeristische bestemming bracht. Het effect was dat we de eerste dag geen fatsoenlijk hotel konden vinden, en na uren en uren zoeken en rondvragen de volgende dag wel konden verhuizen maar dan ook een hóóg-seizoen-prijs betaalden.
Ondanks dat alles was Krabi toch wel een leuk Thais stadje dat prachtig lag aan de riviermonding, met een promenade en aan de overkant van het water meteen een mangrove-bos.

Vanuit Krabi maakten we een excursie naar Railay. Railay is een klein schiereiland zo'n 15 km van Krabi, dat aan de landkant door steil karst-gebergte wordt afgesloten. Het is alleen bereikbaar voor bergbeklimmers of per boot. Het uiteinde was ook weer rots, maar tussen die twee rotsen is een dal dat aan allebei de zeekanten een baai met strand vormt. We gingen er met een longtail boot vanaf de promenade naar toe. De loodrechte rotswanden stegen hoog op uit het water, en waar het niet kaarsrecht was groeide jungle. Dat alles boven een azuur-blauwe zee. Dat zag er allemaal prachtig uit. Maar iedere bebouwbare meter was volgebouwd met resorts en restaurantjes en winkeltjes. Daar liepen vele honderden, zo niet duizenden toeristen tussen op en neer, en dat was echt meer dan deze paar km kon hebben. Het was een soort kunstmatig pretpark waar niets Thais aan was.
We begonnen met een kop koffie in een bamboe restaurantje aan de oostelijke baai, waar we aangeland waren en die meer mangrove had. De eerste keer deze reis dat we mangrove in hoog water zagen: boomkruinen die uit zee staken. Van daar wandelden we naar de westelijke baai die meer strand had. Daar zat ik een tijdje in de schaduw onder een boom, terwijl E. een stuk ging zwemmen in het kristalheldere water. Volgens haar een van de mooiste plekjes waar ze ooit in zee heeft gezwommen. Ondertussen werd het steeds drukker met mensen die uit Ao Nang, de volgende badplaats, met bootjes werden aangevoerd, en omdat het opkomende water het strand steeds smaller maakte.

Einde
Van Krabi is het nog zo’n 800 km naar Bangkok – of nog meer als je niet de kortste weg neemt. Dat is nauwelijks minder dan de ruim 900 km die we tot nu hebben afgelegd sinds we Kuala Lumpur verlaten hebben. Met nog drie dagen voor onze vlucht vanuit Bangkok naar Amsterdam vertrekt, zit er niets anders op dan het laatste stuk met een binnenlandse vlucht af te leggen. Voor de derde keer is het niet gelukt om over land van Maleisie naar Bangkok te reizen. Maar er is geen enkele reden om het niet een vierde keer te gaan proberen…
 
Krabi, 23 februari 2015